Er was eens een land dat bijna ten onder was gegaan. Dit is wat er gebeurde:
In een klein dorp woonde een meisje, Ava. Haar vader was arm, en haar broer werkte ver weg in het paleis. Ze miste haar broer vreselijk, en wilde zelf ook weg uit dit dorp. Er gebeurde nooit wat, en de mensen vond ze maar saai. Elke dag droomde ze over de hoofdstad, waar haar broer woonde. In zijn brieven stonden de mooiste dingen: al die mensen die er rondliepen, het heerlijke eten, en op elke straathoek klonk muziek. Ze wilde heel graag naar de stad verhuizen, maar dat kon niet, omdat ze altijd moest werken voor haar vader.
Tot op een dag een nieuwkomer het dorp binnen kwam rijden. Hij zat op een wit paard, zijn laarzen waren van het soepel leer, en hij droeg een prachtige rode mantel. Hij had een stralend gebit, golvend blond haar, en de mooiste blauwe ogen die Ava ooit gezien had. Ze was op slag verliefd, en rende naar deze goddelijke verschijning toe. De vreemdeling schonk haar een prachtige lach. Daarna gaf hij zijn paard de sporen en reed door. Hij was nog geen twee minuten in het dorpje geweest.
Dagenlang verlangde Ava naar deze wonderschone man. Al haar gedachten gingen uit naar hem, ook al wist ze niet eens wie hij was. Ze vroeg het aan haar vriendinnen, en die zeiden giechelend dat zij prins Lucas ook gezien hadden. Hij was een prins! Natuurlijk! Ze liet haar werk uit haar handen vallen, zei haar vader vaarwel, en ging op weg naar de hoofdstad, waar hij woonde.

Eenmaal aangekomen zag Ava overal het gezicht van prins Lucas op kleine blaadjes, verstrooid door de stad. Sommige mensen stampten op de foto’s of spuugden erop. Ze werd er boos van. Toen kwam ze bij een huis met een gigantische poster van haar droomman. Zijn haar was als van goud gesponnen, en hij leek haar recht aan te kijken. Ze klopte aan, en werd verwelkomd door een menigte meisjes.
Het was het Prins Lucas Clubhuis, waar al zijn fans verbleven. Ava deed haar verhaal, en kwam erachter dat zij niet de enige was die van huis was weggelopen. Elke dag kwamen er meer meisjes bij. Prins Lucas kwam vaak bij de club langs om handtekeningen uit te delen en om hulp te vragen. Hij had ze gisteren bezocht, en had flyers achtergelaten. Zij moesten ze uitdelen, zodat de mensen konden zien hoe fantastisch hij was.
Ava pakte een enorme stapel flyers en gaf ze aan alle mensen die ze zag. Ze plakte flyers op muren, legde ze neer bij restaurants, en duwde ze door brievenbussen. Ze kwam al snel terug bij de fanclub voor nog een lading. Ze had meer flyers uitgedeeld dan wie dan ook. Het bestuur besloot dat ze mocht blijven.
Ava werkte hard voor de fanclub en vond het heerlijk. Na een paar weken kwam prins Lucas zelf langs. Ava was verrukt, net als vele anderen die hem nog niet eerder van zo dichtbij hadden gezien. Hij keek iedereen aan, stuk voor stuk, met zijn indringende ogen.
‘Mijn lieve meiden, ik heb jullie nodig,’ zei hij.
‘We doen alles voor je!” riepen de meiden in koor.
‘Zoals je misschien weet, zijn er mensen die mij niet zoveel waarderen als jullie…’
‘Schande! Belachelijk!’ kwam het geroep uit de groep.
‘… En daarom wil ik jullie vragen om mijn vijanden te besmeren met pek en veren. Dat zal ze leren!’

Na zijn toespraak, waarin Lucas nog vaker zei dat hij blij was dat zijn trouwe fanclub hem zo steunde, dat zijn vijanden leugens over hem verspreidden en dus slechte mensen waren, en dat hier de lijst was, sprong hij weer op zijn paard. De meeste meiden begonnen enthousiast pek te koken en kippen te plukken. Ava frunnikte ook wat aan een kip, maar twijfelde een beetje. Ze wist dat pek je huid kon verbranden. Tegelijkertijd wilde ze Lucas laten zien hoe erg ze hem aanbad. Dat laatste won.
Na een paar uur liepen ze tevreden terug. Ze hadden de mensen goed laten schrikken, en Lucas zou trots op ze zijn. Maar ze hadden weinig tijd om te dagdromen over hoe hij hen zou belonen, want hij stond ze op te wachten bij het huis. Deze keer lachte hij niet en zijn haar zat in de war.
‘Meiden,’ zei hij, met een stem die iets hoger was dan normaal, ‘ik heb jullie hulp nodig. De koning heeft mij verstoten. Jullie moeten laten zien dat dit niet kan. Neem wraak! Steek het paleis in de fik! Niemand mag het overleven!’ En hij rende weg.
Het clubhuis ontplofte zowat. Sommige meiden begonnen te huilen, maar anderen waren boos: iedereen die tegen prins Lucas was, moest dood! Maar Ava kon geen geluid meer uit haar keel krijgen. Haar broer woonde in het paleis. Ze had hem niet eens gezien sinds ze in de stad was komen wonen, omdat ze altijd moest werken voor prins Lucas. En nu vroeg de prins om haar broer te vermoorden? Hij had niets fout gedaan. Lucas kon dit niet vragen. Lucas was eigenlijk niet zo aardig. Lucas mocht nooit koning worden.

Terwijl de anderen hun messen slepen, sloop Ava het huis uit. Ze keek nog een keer terug naar de foto van prins Lucas aan de muur, maar voelde alleen walging. Uit die droom was ze duidelijk ontwaakt. Ze rende de straatjes door, richting het paleis. Daar aangekomen omhelsde ze haar broer en vertelde hem wat er gebeurd was. Hij liet het bericht aan de koning bezorgen, die prins Lucas liet arresteren.
Zo kon Ava uiteindelijk een ramp voorkomen.
Prins Lucas werd verbannen naar een eiland, helemaal alleen. Zijn fans moesten voor straf alle flyers in de stad opruimen. Ava en haar broer werden rijkelijk beloond. Ze lieten hun vader naar de stad komen, en leefden daar nog lang en gelukkig.





Leave a comment