Het is de beste tijd, het is de slechtste tijd: het jaarlijkse schoolreisje naar Engeland. Elk jaar in mei nemen vier leraren veertig leerlingen mee naar ons favoriete land. Vanaf de allereerste schooldag aan het begin van het jaar tellen we de dagen af dat we de bus, dan de veerboot, en dan weer de bus nemen naar Engeland, zodat we rond kunnen lopen en we gedurende een hele week in de Engelse cultuur (en het Engelse eten) kunnen duiken. Ik denk dat het zelfs een van de redenen is dat ik besloot docent te worden. Normaal gesproken hebben wij het geweldig naar onze zin aangezien wij het programma bepalen, maar soms kan de leerlingen Shakespeare of nog een museum gestolen worden. Dus, had iedereen het naar zijn zin, of was het echt de slechtste der tijden? Hier een verslag, verteld door de leerlingen en hun docenten, inclusief een goede-tijden balans aan het eind van elke dag.
Maandagochtend – Vroeg
De leraren (wij): “Het allerverschrikkelijkste onderdeel, de nachtmerries, een van de redenen om thuis te blijven en alleen maar les te geven, is de reis. Ik ben zo moe. Maar in ieder geval had ik mijn wekker op tijd gezet zodat mijn haar goed zit.”
De leerlingen (zij): “Ik ben zo moe. Ik had niet eens tijd om mijn make-up op te doen. Ok allemaal! Niet naar mij kijken! Oh man ik ben zo moe. Ik ga slapen. Hier, liggend in het gangpad.”
Wij, na tien minuten: “Ok, we zijn net Groningen uit. Ze lijken rustig en moe, en dat is goed, want dat zijn wij ok. Het zou zelfs kunnen dat we even bij kunnen slapen zodat we nog een beetje levend zijn zodra we in tien uur bij onze ontmoetingsplek komen.”
Zij, na vijftien minuten: “Ok. Ik ben moe. Laten we praten. Laten we zingen. Laten we spelletjes spelen. Laten we stinkend eten eten. Laten we grappige filmpjes opnemen en ze naar onze vrienden sturen op snapchat. Yo, jij daar! Kom hier zodat we je kunnen horen! Oh, en ik moet naar de wc.”
Wij, zuchtend: “Ze zijn zo moe dat ze vergeten zijn dat ze moe zijn. Het is alsof een supermarkt en een fitnesszaal een bijzonder kleurrijke, stinkende, luide baby hebben gekregen. Wat een vreselijke bende bavianen. Laten we hopen dat dit niet te lang duurt.”
Zij, tijdens elke stop: “Mooi, ik heb honger. Laten we roken. Laten we meer stinkend eten eten. Laten we nieuw eten kopen om al het eten dat we al op hebben te vervangen.”
Wij: “Ok kinderen, we vertrekken om half twee. Zorg dat je er bent.”
Zij: “Oh oeps, het is te laat. Kijk, daar is Elke en ze rent naar ons toe. Moeten we teruggaan?”
Ik: “Zeker. Nu, onmiddellijk. Ik ren door om de anderen ook hierheen te sturen. Tot zo!”
En zo ging het door. Uiteindelijk lukte het ons om Calais te bereiken, waar we de veerboot namen, en daarna onze busreis naar Sydenham, een wijk in Zuidoost Londen te hervatten, waar de gastouders van de kinderen op ons zouden wachten.
Zij: “Oh, kijk die dan! Zij is leuk, ik hoop dat zij van ons is.”
Wij: “Ik hoop maar dat ze allemaal opgepikt worden. Een groep staat hier maar.”
Die ene groep: “Zijn ze ons echt vergeten? Is weer typisch voor ons he, dat gebeurt nou altijd. Wacht, daar zijn ze. Oh nee, toch niet. Deze mensen kijken ons alleen maar vuil aan en lopen dan weer door.”
Uteindelijk werd de groep opgepikt, ook al duurde het een tijdje. Het moge duidelijk zijn dat de leerlingen het zeker beter naar hun zin hadden dan wij. Leraren: 0, leerlingen: 1.
Dinsdag, dag twee – Vroeg (maar iets minder vroeg dan gisteren)
Wij: “Heeft iemand van jullie geslapen? Ik amper. Ik ben nog steeds moe. En het ontbijt is ook niet zo goed, toch?”
Zij, zodra we op onze ontmoetingsplek aangekomen zijn: “Jullie zijn te laat. En twee leerlingen zijn kwijt. Ze hadden honger en zijn meer eten aan het kopen.”
Wij: “En, was het leuk gisteravond?”
Zij: “Ja! Nee! Nou, het was ok. De ouders praatten amper met ons. Onze moeder heeft acht kinderen. We vonden het echt vreselijk, kunnen we ergens anders slapen?”

Wij: “We gaan kijken wat we kunnen doen. Goeiemorgen, bete leerlingen! Vandaag gaan we Londen bezoeken. We beginnen in Greenwich park, waar we even rond gaan lopen en uiteindelijk op een prachtige plek de stad voor het eerst te zien krijgen. Daarna lopen we door een tunnel onder de Theems naar de metro. Die pakken we dan naar Buckingham Palace, waar we de Wisseling van de Wacht gaan zien. Dan doen we een wandeling langs de rivier, en bezoeken we Tate Modern. Dat was het! Hebben jullie vragen?”
Zij: “Ja. Ik moet plassen. Goed, Greenwich park, laten we lopen. Hoe lang moeten we lopen?
Wij: “Heel lang. Als je nog twee minuten doorloopt, zie je de stad daar -…”
Zij: “Ooooh! Kijk! Wat is dat voor gebouw? En dat dan? En kijk! Elke, kun je een foto van ons nemen? Nee, nog niet! Ik moet eerst mijn haar plat op mijn hoofd leggen. Londen is prachtig! Laten we er naartoe rennen.”
Wij: “Oh nee. Ze rennen. Ik ga achter ze aan rennen om er zeker van te zijn dat ze niet verdwalen. Hey! Wacht! De tunnel is hier, maar doe rustig aan, goed? Niet iedereen kan zo snel lopen.”
Zij: “Trage mensen zijn stom. De tunnel is wel cool. Maar ook een beetje eng. Weet je zeker dat hij niet in gaat storten?”
Wij: “Heel zeker. Dit stuk is gebombardeerd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog, zie je? En alsjeblieft, niet rennen. En blijf links lopen. En niet rennen!”
Zij: “We hebben honger. Mogen we pauze?”
Een uur, twee eet- en plaspauzes, een metroreis met schreeuwende en rennende docenten om er zeker van te zijn dat iedereen op hetzelfde perron uitstapte later, arriveerden we op Buckingham Palace, om erachter te komen dat geen Wacht zou Wisselen. We liepen door naar Tate Modern, wat normaal gesproken een uurtje duurt, maar nu het dubbele in beslag nam omdat de leerlingen weer naar de wc moesten en eten nodig hadden. Ze hadden een half uur om te lunchen. Uiteindelijk kwamen we aan in het museum, waar ze te horen kregen dat ze minstens een uur daar rond moesten lopen, en een selfie moesten maken van hun favoriete kunstobject (wij deden dat ook; zie foto). Een groep kwam pas na twee uur aankakken.
Zij: “We dachten dat we wel even de stad in konden gaan. Ik ben eerder in Londen geweet en ken de stad heel goed.”
Wij: “Zo goed dat je direct verdwaald raakte. Hop, naar binnen jullie!”

Zij: “We zijn kaar! Mogen we nu gaan?”
Wij: “Ja! Ok, kom erbij, kinderen, en luister goed. We ontmoeten elkaar bij Tower Hill over anderhalf uur. Zorg dat je er bent, over anderhalf uur!”
Natuurlijk waren sommige leerlingen te laat, maar de reis naar Lewisham Station ging best goed. We kwamen aan bij het verzamelpunt, overhandigden de kinderen aan de gastouders, en aten een diner in het hotel. We deelden onze meningen over de dag, en kwamen tot de conclusie dat we het allemaal heel erg naar onze zin hadden. Alleen beste der tijden. Leraren: 1, leerlingen: 2.
Woensdag, dag drie
Wij: “Leerlingen, vandaag is het een lange dag. We gaan eerst naar Canterbury. Daar bezoeken we de kathedraal, en moeten jullie een opdracht doen over de Canterbury Tales.”
Zij: “De watte?”
Wij: “De Canterbury Tales. Het is een verzameling van verhalen van Geoffrey Chaucer, geschreven in de Middeleeuwen. Lees je boekje maar. Het is een prachtig stadje, en jullie hebben genoeg tijd om rond te lopen en leuke dingen te doen. Om vier uur gaan we terug naar Londen, want we gaan naar de musical vanavond.”

Zij: “Ok, dit is duidelijk niet zo’n grote stad als Londen, dus kunnen we ook niet verdwaald raken. Laten we gaan ronddwalen. Daar is Elke weer, ze komt naar ons toe rennen. Ja hoor, Elke, we lopen al langzamer.”
Wij: “Dit is de Canterbury Cathedral. Hij is heel, heel erg oud, en ontzettend interessant, dus neem de tijd om alles in je op te nemen. Stop je telefoon in je tas, want die mag je hier niet hebben. Nee, echt niet.”
Zij: “Ok, dit is interessanter dan ik had gedacht. Cool. Maar ik heb honger, mogen we gaan?”
Wij: “Verzamelen! Jullie hebben drie uur vrije tijd. Doe waar je zin in hebt, maar wees wel om vier uur weer bij de bus.”
Zij: “Laten we etne. Laten we roken. Laten we shoppen. Laten we vijf minuten met die opdracht bezig zijn.”
Wij: “Laten we lunchen, en boeken kopen. Het is heerlijk rustig als die kinderen er even niet zijn.”
Zij: “We verveelden ons, dus gingen we vroeg terug naar de bus, waar we heben gegeten en gerookt.”
Wij: “We gaan nu naar Londen! We zijn om half zes op West End, en zorg er alsjeblieft voor dat je bij het Cambridge Theatre bent om zeven uur. Tot zo!”
Zij: “Sorry dat we te laat zijn. We waren verdwaald. We hadden het verkeerde eten besteld. We moesten op de rest wachten.”

Wij: “Urgh. Nou ja, je bent er nu, net op tijd. Hier zijn je tickets.”
Iedereen: “Het theater was fantastisch! Het leek op een gigantische bibliotheek! En Matilda was geweldig! Ze waren allemaal zo goed, en de liedjes waren zo grappig! Ik moest zelfs een beetje huilen! Maar de Bulstronk, die was hilarisch! Oh, en weet je dat ene liedje nog? En doe alsjeblieft dat dansje nog even na! Dit is echt het beste wat ik ooit in mijn leven gezien heb!”
Uiteindelijk kwamen we terug aan in het hotel (er moest weer gerend worden want de leerlingen waren te enthousiast en gingen ronddwalen, alweer), maar we besloten dat het niet nodig was om een balans op te maken over deze dag. De aller- allerbeste tijd: 2 versus 3.
Donderdag, dag vier
Wij: “Laatste dag, kinderen! Drukke dag. De chauffeur zet ons af bij het Museum of London, en daarna moet je twee wijken bezoeken en ze vergelijken – ja, je mag daar lunchen, en ja, je mag naar de wc. Daarna gaan we naar Shakespeare’s Globe. Herinner je je al de lessen van vorig jaar nog, over Shakespeare? Nee? Nou, dan kun je alles nu opnieuw leren.”
Zij: “Wat een stom museum. Laten we ons over die stoelen draperen en met onze telefoon spelen.”
Wij: “Ik houd van dit museum! Het is zo interessant, en er is zoveel informatie over de suffragettes, en hoe mensen leefden in de Victoriaanse tijd! Ik zou hier de hele dag kunnen rondlopen.”
Zij: “We zijn hier nu precies een uur. Mogen we gaan? Geef me mijn metroticket. Tot later! Waar? The Globe? Half vier? Ok, doei!”
Wij besloten naar Covent Garden te gaan, waar we een paar enorm teleurstellende straatartiesten zagen, en waar we lunchten bij een kerk waarvan we geen idee hadden dat hij bestond. Het weer was fijn, het eten was lekker, en het was snel tijd om naar The Globe te gaan. Dit onderdeel staat altijd op het programma, omdat we het leuk vinden, en omdat Shakespeare elk jaar behandeld wordt op school.

De gids: “Ik hoorde dat jullie vooral de gruwelijke verhalen leuk vinden. Ik ga jullie iets vertellen over het stuk dat we nu opvoeren. Bijna iedereen gaat dood. We gaan zo de repetities bekijken, en dan vertel ik jullie iets meer over het theater en de Bard zelf.”
Wij: “Dit is zo interesant.”
Zij: “Ik zie het culturele belang van dit museum niet in. Ik haat het. Laten we praten terwijl onze gids haar verhalen vertelt. Ik had een lekkere lunch in Kensington.”
Ze zijn moe, vertelden we onszelf. Dat is wanneer de leerlingen onbeschoft en zelf-geobsedeerd worden. Godzijdank was de Globe onze laatste activiteit, en we haastten ons naar ons hotel (maar eerst moest ik nog een laatste paar printjes trekken tussen de treinstellen om ervoor te zorgen dat we alle leerlingen tot het laatste moment bij ons hadden), en gingen slapen nadat hadden bepaald of we een leuke dag gehad hadden. Wij wel, de leerlingen iets minder: 3-3.
Vrijdag – de reis terug
Ik zal je de details besparen. Natuurlijk was iedereen moe. Er werd meer voedsel verorberd, er waren meer toilet- en rookpauzes, de kinderen waren weer luid. Maar dit keer was het een leuke luidheid, omdat ze alle dingen bespraken die ze gezien hadden, en alle dingen die ze gekocht hadden, en alle nieuwe mensen met wie ze gepraat hadden. De gastouders waren aardig, de opdrachten waren leuk, en ze hadden zo veel geleerd: over de stad, over hun klasgenoten, en weglopen was erg leuk om te doen. Het maakte ze niet eens uit dat de reis nog tien uur zou duren, want ze hadden genoeg om over te praten.
En wij konden ook niet ophouden met lachen, ondanks het feit dat we te moe waren om te functioneren. We keken terug op een chaotische maar geweldige week, met een prachtig programma, met aardige, geinteresseerde, maar soms ook bloedirritante en onbeschofte kinderen. Ze waren op tijd, en ze waren te laat. Ze bleven bij ons en ze liepen weg – en ik moest keer op keer achter ze aan rennen. Ze hadden het naar hun zin, maar verveelden zich ook. En ze waren luid. En oh, wat aten ze toch veel. Sommige dingen hadden beter kunnen gaan, of zouden volgend jaar uit het programma gehaald moeten worden, maar over het algemeen had iedereen het ontzettend naar zijn zin. Laten we de dagelijkse balans maar schrappen en deze trip gewoon een tien geven. De beste tijd, absoluut.





Leave a comment