Sommige mensen zijn nooit tevreden met wat ze hebben. Soms ben ik een van hen. Ik klaag vaak over bepaalde dingen, maar als ik me dan focus op iets anders, is dat ook vaak net niet goed genoeg. Dit is wat er gebeurde toen ik de De ballade van slangen en zangvogels van Suzanne Collins las, wat een prequel is van haar beroemde Hongerspelen boeken – en waar net een verfilming van uit is. Ik voelde me verbonden met de hoofdpersoon Coriolanus Snow, want hij is net zo ontevreden als ik. Daarom begon ik een mentaal gesprek met hem. Lees door als je wilt weten hoe dat gesprek ging!
Ik: Oh, Coriolanus, dankzij jou heb ik eindelijk het gevoel dat ik kan praten met iemand die ook noit tevreden is, net als ik. Ik ben net begonnen met jouw verhaal want ik was veel te moe en afgeleid om een literair en ingewikkeld boek te lezen, en dit leek me wel een lekker simpel…
Coriolanus: Simpel? Ik? Heb je enig idee wat ik meegemaakt heb? Wij Snows waren vroeger rijk en machtig, maar nu is er niets van ons over. Ik kan niemand vertellen dat we geen cent meer hebben, en dat we misschien ons huis moeten verkopen. Ik wil naar de Universiteit, maar dat kunnen we natuurlijk niet betalen. Gelukkig hebben we de Hongerspelen en ben ik mentor van een meisje uit District Twaalf, het armste district, en maakt ze geen schijn van kans om de andere tributen, twaalf jongens en elf meisjes, te verslaan. Maar ik ga ervoor zorgen dat ze wint.

Ik: Dat is wat ik zo leuk vind aan jou: je pakt dingen aan. Je bent trots, je bent vastberaden, je bent ambitieus en je bent intelligent. Ik ben zo blij dat ik jouw verhaal aan het lezen ben, want er zijn heel veel mensen die iets van jou kunnen leren.
Coriolanus: Als je je hoofd maar omhooghoudt. Ik heb maar een doel in mijn leven, en niemand houdt mij ervan af. Denk ik. Maar die Lucy Gray Bair, mijn tribuut, nou, ze is wel heel knap, en ze lijkt me te vertrouwen als ik haar zeg dat ik haar ga helpen om te overleven. Oh, en als ze zingt, dan wou ik zo graag dat ze dat alleen voor mij deed.
Ik: Zie je wel: je bent gedecideerd en je hebt een hart! En je bent ook nog eens een echte vriend. Je hebt gelijk, jouw verhaal is niet zo simpel en oppervlakkig als ik eerst dacht.
Coriolanus: Dat zijn niet mijn vrienden. Ik doe alleen maar aardig tegen ze omdat ze me kunnen helpen met het beklimmen van de sociale ladder.
Ik: Juist, dank je wel voor je eerlijkheid. Ik weet niet zeker of ik dat zou doen, maar het verfrissend om over iemand te lezen die lekker koelbloedig is. Het gebeurd namelijk niet vaak dat een hoofdpersonage in een boek zo onsympathiek is.
Coriolanus: Onsympathiek? Ik wil gewoon dat Lucy en ik bij elkaar horen – en het is uitgesloten dat ik nog naar de Universiteit mag nadat ik valsgespeeld heb voor haar overwinning in de Hongerspelen. Daarom moet ik maar gewoon afscheid nemen van mijn leven en hopen dat zij en ik een glorieus leven gaan leiden samen.
Ik: Dus je rent gewoon weg, nadat je meerdere mensen vermoord hebt en je zogenaamde vrienden voor dood hebt achtergelaten, terwijl je eerst zo aardig leek? Dit is wat er mis is met jou als personage, en met het hele boek De ballade van slangen en zangvogels: het is niet consistent. We kennen President Snow van De hongerspelen, en dit moet het verhaal zijn van hoe hij vroeger was, maar er is eigenlijk weinig verhaal. Het is meer een herhaling van alles wat er in De hongerspelen staat.

Coriolanus: Hoezo, weinig verhaal. We hebben al een behoorlijke tijd over mijn verhaal gepraat, en je hebt me verteld wat je allemaal van mij kan leren.
Ik: Niemand kan iets van je leren. Je vrienden en je familie hebben amper een persoonlijkheid, en ze zijn er alleen maar om jouw grootheidswaan te voeden. En dan hebben we Lucy Gray, dat meisje op wie je zogenaamd verliefd bent – ze is gewoon te perfect. Er is letterlijk niets mis met haar!
Coriolanus: En wat wil je hiermee zeggen? Is alles mis met mij?
Ik: Ik wil zeggen dat alles mis is met je verhaal. Het is precies hetzelfde als de drie Hongerspelen boeken: iedereen is goed of slecht.
Coriolanus: Ik ben goed.
Ik: Juist. Suzanne Collins wil ons er de hele tijd van overtuigen, met alles wat ze over jou te zeggen heeft, dat je dat dus niet bent. Misschien is het de leraar in mij, maar ik vind het zo vervelend dat kinderen boeken lezen die zo simpel zijn dat ze op geen enkele manier zelf nog hoeven na te denken. Jouw verhaal, en de manier waarop het geschreven is, voelt vlak en leeg.
Coriolanus: Maar je zei net nog dat ik interessant was.
Ik: Ik ben van gedachten veranderd, wat jij ook continu doet. Ik weet dat ik alleen begon met het lezen van jouw verhaal omdat het makkelijk was, en dat had ik nodig omdat ik het veel te druk had om echte literatuur te lezen…
Coriolanus: Ik ben geen echte literatuur?

Ik: Nee, totaal niet. Elke keer dat er een metafoor of een vorm van symbolisme voorkomt, wordt het uitgelegd zodat we precies weten waar het voor staat. En dan die compleet overduidelijke titel. Kom op zeg, dat is geen literatuur.
Coriolanus: Maar het is wel literair! Lucy Gray is een referentie naar een gedicht van William Wordsworth, en dat was zeker een groot dichter. Dus je mag niet zeggen dat ik simpel ben.
Ik: Ach, barst. Het wordt allemaal uitgelegd, alsof we dom zijn. Geef het maar toe: je verhaal slaat nergens op.
Snow: Maar ik ben President Snow! Je moet mijn verhaal lezen! Je moet naar mij luisteren! Ik ben oppermachtig! Ik ben geweldig! Het maakt me niet uit hoeveel het me gekost heeft, maar ik sta eindelijk weer helemaal bovenaan!
Ik: Wat Collins nu zou doen was uitleggen waarom je opeens niet meer bij je voornaam genoemd wordt. Je hebt geaccepteerd dat jij de slechterik in het verhaal bent. Maar weet je: het kan me niets schelen. Je verhaal zou zo veel meer kunnen zijn; het zou een verkenning kunnen zijn van chaos, welke rol de overheid zou moeten hebben in de maatschappij, het filosofische idee van oorlog en vrede, en hoe iedereen een ander nodig heeft, maar dat is het niet. In plaats daarvan is het een simpel jongen-ontmoet-meisje-en-wordt-hier-verliefd-op-maar-denkt-dat-hij-beter-kan-krijgen-dan-meisje-want-jongen-houdt-alleen-maar-van-zichzelfverhaal. Verder niets.
Snow: Het klinkt alsof jij niet snel tevreden bent.
Ik: Nee, dat ben ik niet. Je verhaal maakte mij zeker niet tevreden, en terwijl ik aan het lezen was bleef ik hopen dat wel echte literatuur kon lezen. Niet deze onzin.
Snow: Maar waarom heb je mijn verhaal dan in twee dagen uitgelezen?
Ik: Omdat ik soms, net als mijn leerlingen, makkelijk te verteren, fastfoodboeken nodig heb – maar om de een of andere reden voel ik me achteraf altijd hongerig.
Snow: Fastfood? Je noemt me nu fastfood?
Ik: Ja. Doet pijn, hè?
Snow: Nee hoor. Totaal niet. Maar zeg het niet tegen mijn familie, vrienden en de mensen op de Universiteit. Ik zorg er gewoon voor dat je doodgaat. Hier, kopje thee…?
Ik: Zie, weer zo doorzichtig. Nee, ik drink je vergif niet. Nee, ik lees je verhaal niet nog een keer. Ik ga niemand vertellen dat ze het moeten lezen. Ik weet dat we beiden behoorlijk veeleisend zijn, maar dat is echt de enige overeenkomst tussen ons.
Snow: Maar ik ben de President. Iedereen houdt van me! Ik ben rijk! Ik ben beroemd! Ik ben Meneer Hongerspelen! Sneeuw komt er altijd bovenop!
Ik: Daar gaan we weer: nog een suffe metafoor. Ik ben er klaar mee. Doei!
Eindelijk ben ik van die vreselijke man af, en van het hele stomme boek De ballade van slangen en zangvogels. Wat vind jij van dit boek? Of van De hongerspelen? Ben ik te streng voor Snow, of voor Suzanne Collins? Wat is je favoriete young-adult boek? Laat het alsjeblieft weten in de comments! En zorg ervoor dat je me volgt, zodat je altijd op de hoogte bent van mijn nieuwste boekenposts!






Leave a comment