Is it just me?
Ligt het aan mij? Het is de titel van Miranda Harts boek, en het is de vraag die ze zichzelf en haar publiek steeds stelt. Ze is namelijk bijzonder onhandig, en hierdoor overkomen haar de meest ongemakkelijke maar ook hilarische dingen. Ik vond het zo fijn om te weten dat ik niet de enige hark, klungel of onbeholpen idioot ben, en dat ik niet de enige ben die vooral herinnerd wordt vanwege haar domme ongelukken. Sterker nog, toen ik Miranda’s boek las, viel me op dat haar blunders misschien wel veel erger zijn dan die van mij. Behalve die ene keer, toen ik … Nee, dat moet ik niet vertellen! Ja, juist wel! Ok, daar gaan we dan!

Ok, dit is wat er gebeurde. Het was een stralende, hete dag in augustus, toen een vriendin van mij en ik een paar dagen gingen kamperen. We zouden gewoon voor de tent zitten en genieten van de zon en van het eten dat we meegenomen hadden. Zij zou haar hond meenemen, zodat die lekker buiten rond kon rennen – dat was namelijk haar favoriete activiteit ter wereld (en van mij ook, toen). We waren echter gedoemd om onze tent ergens dichtbij op te slaan, omdat we beiden arme studenten waren en geen van ons een rijbewijs had. En zo kwamen we terecht in het dorp waar ik opgegroeid was, waar iedereen mij kende.

Het begon allemaal goed; we hadden het prima naar onze zin toen we aankwamen. We waren goed voorbereid: zodra we onze tent hadden opgezet, pakten we onze picknickmand erbij en vulden onze glazen met wijn en onze monden met snacks. Het was perfect; de wijn was nog koud, en de snacks zout en krakend. We praatten over alles waar we normaal ook over praatten, namelijk al die keren dat we onszelf voor schut gezet hadden, mensen die we per ongeluk beledigd of geslagen hadden, blauwe plekken die we hadden opgelopen omdat we weer een tafel over het hoofd gezien hadden, of elke combinatie hiervan.  

Wij vermaakten ons prima, maar haar hond, Bella, begon zich te vervelen. Het was namelijk een tijdje geleden sinds ze aandacht gekregen had, en daarom vond ze dat het tijd was voor spelletjes. Haar favoriete speelgoed was een bal, die wij weg moesten gooien en waar zij als een malle achteraan kon rennen. En dan kwam ze terug, en moesten wij weer gooien, nou ja, je weet hoe het werkt. Mijn favoriete speeltje was een van die gekke lepeldingen waar je een bal in kon leggen zodat je hem veel verder weg kon smijten. Blijkbaar heet zo’n ding een Sport Ball Launcher, of iets dergelijks. Niet dat dat belangrijk is. De naam, bedoel ik. Dat ding zelf was heel belangrijk.

Enfin. Ik ben een nogal competitief persoon, en daarom wilde ik die bal zo ver mogelijk weggooien. Ik vond het heerlijk, de hond vond het heerlijk, en die vriendin van mij vond het heerlijk om te zien hoe enthousiast we werden. (Zij zat lekker op de grond wijn te drinken en zich te vermaken met die twee enthousiaste wezens die als gekken rondrenden.) Het was geweldig. Totdat het gebeurde.  

Het was de verste afstand die ik ooit had gegooid, en ik staarde vrolijk naar de bal die net uit de lepel gesprongen was, en ik zag hem omhooggaan, omhooggaan, nog een klein stukje omhooggaan, en toen, langzaam maar zeker, aan de afdaling beginnen. Bella was al weggespurt en rende naar de plek waar zij verwachtte dat de bal zou landen. En toen zag ik waar dat dan zou zijn. Binnen een seconde veranderde mijn extreme blijheid in uiterste wanhoop, en ik kon alleen maar nee, niet daar, alsjeblieft denken. De bal daalde meer en meer, en ik voelde de tijd langzamer gaan. Ik zag de bal in slow-motion op zijn landingsplaats afgaan. Ik wist niet wat ik moest doen – ik wilde een gat in de grond graven, daarin gaan liggen en daar voor altijd blijven. Aan de andere kant wist ik dat ik hier getuige van moest zijn. Ik gilde, en opeens stond die vriendin naast me, in shock omdat ze dacht dat er wat ergs gebeurd was. Ik wees, en op dat moment landde de bal precies…

… De bal landde precies op de achterkant van het hoofd van een man – op een kale plek, ongeveer zo groot als een tennisbal. Hoewel het best ver weg was (zoals ik al zei: beste worp ooit), hoorde ik de vlakke pets van bal-op-hoofdcontact, en dat was het moment dat ik zeker wist dat er echt iets ergs gebeurd was. Mijn benen werkten niet meer. Ik viel op de grond en beschaamd tot op het bot hoopte ik dat die man mij niet zou zien. Ik gebruikte mijn handen om mezelf naar de tent te slepen, zodat ik me in het kleinste hoekje ervan kon verstoppen. Eventjes was het stil toen ik daar lag, en ik bleef hopen dat ik het allemaal had verzonnen. Maar toen kwam die vriendin binnen, kakelend van de pret en met tranen in haar ogen. Ik had de roos geraakt, zei ze, en toen wist ik dat ik niets verzonnen had. Ik huilde, zowel van het lachen als uit pure schaamte. Ik kon nog steeds niet staan, de tranen liepen me over de wangen en ik had buikpijn. Plotseling hoorde ik een stem buiten de tent:

‘Gooide jij die bal?’

Ik stak mijn hoofd uit de tent, en keek op naar de man die ernaast stond (ik herkende hem aan zijn t-shirt en korte broek, en niet aan zijn gezicht, want dat had ik natuurlijk nog niet gezien). Ik kroopt uit de tent en testte of mijn benen nog werkten, ging vervolgens staan, veegde mijn tranen weg en probeerde te praten. Gelukkig kwamen er een paar klanken uit mijn keel die leken op ‘ja, dat was ik’. Ik bereidde me voor. Ik hoopte dat hij me niet zo slaan, dat hij niet zou schreeuwen en dat hij niet alle aandacht naar zich toe zou trekken (wist je nog dat dit mijn geboorteplaats was en dat iedereen mij kende? Ik wilde niet voor de rest van mijn leven bekend staan als de dorpsgek). Hij keek niet heel boos, gelukkig, en keek me indringend aan. Na een tijdje zei hij: ‘Nou, je kunt wel goed mikken.’

Blijkbaar had het niet zoveel pijn gedaan, ondanks dat ik hem precies op zijn kale plek geraakt had. Hij had begrepen dat het gewoon een spelletje was, en dat het niet mijn hobby is om mensen op hun achterhoofd te raken. We praatten kort, ik bood mijn excuses aan, Bella (ze was net teruggekomen met de bal veilig in haar bek) likte zijn voeten, en we gingen vriendelijk uit elkaar. Mijn vriendin en ik proostten op de goede afkomst en besloten dat het leven toch echt niet beter werd dan dit. Sindsdien heb ik nooit meer naar zo’n werplepel durven kijken, laat staan dat ik er eentje gebruikte.

Wat denk je, ligt het aan mij? Heb jij ooit ook zoiets ongemakkelijks meegemaakt? Wat is jouw ergste blunder? Deel het alsjeblieft, ik smeek het je, in de comments! En vergeet me niet te volgen voor meer onfortuinlijke gebeurtenissen en boekenposts! Oh, en vergeet me ook niet te volgen op mijn gloednieuwe Instagrampagina!

Leave a comment

Trending