Daar komt ‘ie weer, dat vaak terugkerende thema in mijn leven: ik had het zo druk de laatste tijd. Hierdoor heb ik deze maand erg weinig geschreven. Ik had het zo druk dat ik me erg gestrest voel, ik had het zo druk dat ik weinig tijd had om te slapen, ik had het zo druk dat ik weinig geslapen heb doordat ik het ook erg druk had met me zorgen maken over alles dingen waar ik het zo druk mee had. Ik had het zo druk dat ik er op mijn werk last van had, ik had het zo druk dat mijn lichaam begon te protesteren en me de griep gaf. Ik had het zo druk dat het voelt alsof ik als een idioot aan het rondrennen was en toch niets gedaan kreeg. En voordat je weer met je ogen kunt rollen en gaat zuchten dat ik hier altijd over klaag: dat weet ik. Maar er is eigenlijk een goede reden dat ik het zo druk had, en ondanks het slaapgebrek en de zorgen en mijn falende lichaam en het rondjes rennen, is deze drukte eigenlijk heel fijn. Echt waar? vraag je je misschien af. Ja, echt. Dit is waarom.

Als altijd had ik het druk op school. Echter, hier is niets interessants over te vermelden, en daarom is het niet de moeite waard om deze alinea langer te maken.

Iets anders waar ik het druk mee had is veel leuker, namelijk een lezing. Twee weken geleden mocht ik een lezing geven over Charles Dickens in Haarlem. Ik heb deze lezing eerder gegeven, dus ik had niet heel veel tijd nodig om me voor te bereiden. Toch was ik nog best zenuwachtig. Dat komt doordat mijn publiek deze keer zou bestaan uit echte Dickensfanaten. De Dickens Fellowship, waar ik voor optrad, is een internationale vereniging die stilstaat bij het werk en het leven van Dickens, en ik wist dat ze kritisch zouden kunnen zijn. Echter, toen ik aankwam, was iedereen erg aardig, dus ik voelde me prima op mijn gemak toen ik begon met mijn presentatie (hoewel mijn Powerpoint het eerst niet deed – en ik iedereen opwarmde met een Dickenswaardige vloek). Men luisterde goed en stelde veel vragen naderhand, waaronder eentje over waarom ik nog niet een PhD-onderzoek deed naar het vloekgedrag van Dickens – mijn onderwerp. Ik zei dat ik erover na zou denken. Na de lezing bleef ik ook nog eten, wat gelukkig ook erg gezellig was. Ik besloot zelfs om lid te worden van de Fellowship. Eenmaal terug in de trein besefte ik, eindelijk weer normaal ademhalend, dat ik me totaal geen zorgen had hoeven maken over deze lezing.

Ik mocht echter nog niet stilzitten. Zes dagen na deze lezing over Dickens moest ik er namelijk nog een geven. Dit keer was dat mijn jaarlijkse lezingserie voor de Stichting Literatuurclubs Drenthe. Het zou mijn vierde keer worden, en je zou dan denken dat ik mijn hand hier niet meer voor omdraai. Helaas was dat niet waar; dit keer moest ik namelijk praten over Lied van de profeet van Paul Lynch, dat twee jaar geleden de Booker Prize won. Dit boek gaat over Eilish, een moeder van vier kinderen uit Ierland, die haar leven plotseling ziet veranderen wanneer haar land verandert in een totalitaire staat. Zij moet besluiten of ze wil blijven om op haar opgepakte man te blijven, of met haar gezin naar een veilige plek te vertrekken. Het is een bijzonder claustrofobische en deprimerende roman, en het weerspiegelt ook nog eens een keer onze echte, beklemmende wereld. Normaal gesproken zorg ik dat er een flinke dosis humor in mijn lezingen zit, maar dat was in dit geval niet mogelijk. Daarom besloot ik dat ik het dan maar direct heel duister zou maken, want mijn lezing heeft als titel ‘Over de duistere tijden’; in ieder geval weet mijn publiek direct waar ze aan toe zijn. Gelukkig reageerde men over het algemeen positief en kreeg ik veel vragen en was er veel ruimte voor discussie. Tot nu toe heb ik twee lezingen gedaan, wat betekent dat ik hier nog zo’n drie weken druk mee bezig ben.  

Na die lezing begon mijn grootste zorg, mijn laatste ding waar ik het druk mee had. Het was nog een lezing, en wel twee dagen geleden. Mijn favoriete boekwinkel, Boomker in Haren, heeft mij een tijdje geleden toegezegd dat ik er lezingen mag geven. Dat was helaas nog niet heel goed bezocht (lees: ze werden steeds geannuleerd wegens een gebrek aan interesse), maar nu was het anders. Ik mocht praten over het nieuwste boek van Ian McEwan, Wat we kunnen weten, en dat bleek een gouden vondst te zijn, want er kwamen bijna veertig mensen kijken. Het boek gaat over de tweeëntwintigste-eeuwse literatuurprofessor Tom Metcalfe, die een obsessie heeft voor de fictieve dichter Francis Blundy, die in onze tijd leefde. Onze ergste angsten zijn uitgekomen: het toekomstige Engeland in McEwans boek is volledig overstroomd, en alleen de hoogste gedeeltes van het land steken nog boven de zee uit. Tom wil het beroemdste gedicht van Blundy vinden, en hij denkt dat dat lukt omdat alle e-mails, brieven en sms’jes van hem en zijn vrienden bewaard zijn gebleven.

Voor mijn lezing had ik een vriendin, Marjan Brouwers, gevraagd of ze me bij wilde staan. Zij heeft namelijk een trilogie geschreven over hoe Nederland in de toekomst onder water komt te staan. Samen gingen we analyseren hoe het kan dat we zo geobsedeerd zijn door water, praatten we over wat mensen doen als hun levens langzaam onder de zeespiegel verdwijnen (in McEwans roman gaat men vooral door alsof er niets gebeurd is; ze praten nog steeds veel met AI en ze zeggen dat de wetenschap nog steeds belangrijker is dan de kunsten; in Marjans boeken is het echter minder vredig), en we bedachten hoeveel we kunnen weten over het verleden en over onszelf.  

De avond bestond uit twee delen. In het eerste deel behandelden we de weinig optimistische toekomst, en in het tweede gedeelte gingen we naar het heden kijken, en bedachten we dat er nog genoeg is dat de moeite waard is. Naderhand waren er veel vragen, net als bij de andere twee lezingen. Volgens mij was het een groot succes, iets wat ik nog steeds niet echt kan geloven.

Dus. Dat is waarom ik het zo druk heb gehad. Ik ben nu aan het bedenken waar mijn volgende lezing over zal gaan (nou ja, dat weet ik eigenlijk wel, omdat ik woensdag deel drie van Lied van de profeet zal presenteren), en of ik nog meer kan doen. Ik heb het ook druk met me zorgen maken over of ik het wel goed doen, en of mensen de dingen die ik bespreek leuk vinden – of, wanneer ik bijzonder terneergeslagen ben, of mensen mij überhaupt leuk vinden.

Zoals je kunt zien stond mijn september helemaal vol met de dingen waarover ik al jaren aan het dromen ben. Ik gaf drie verschillende, leuke, goed ontvangen lezingen. Gelukkig heb ik ze alle drie overleefd, en het voelt zelfs een beetje, ook al ben ik nog niet klaar, alsof ik weer een beetje terugkeer naar mijn oude, rustige leven. Ik heb weer tijd om te schrijven, en het is me zelfs gelukt om een boek te lezen dat niet geschreven is door Stephen King.  

Oh trouwens, nu we het over Stephen King hebben. Ik ben op het moment bezig met een blog over een van zijn boeken. Ik moet natuurlijk wel iets hebben waar ik druk mee bezig kan zijn…

Heb jij ooit een lezing gegeven? Of meerdere, in korte tijd? Welke van mij lezingen zou jij bezoeken? Ena ls je naar een lezing kon gaan over een boek dat onlangs verschenen is, welke (of, in het geval van Dickens, welke klassieker) zou jij kiezen? Vind je dat ik het te druk heb? Heb je enig idee hoe ik voor mezelf moet zorgen? Laat het alsjeblieft – zeker als je een antwoord hebt op die laatste vraag! – weten in de comments! En vergeet me natuurlijk niet te volgen voor meer boekenposts!

Leave a comment

Trending