Soms komt het voor dat ik goed wakker word. Dit zijn de dagen waarop ik vind dat ik een roman moet schrijven, omdat ik me zo creatief en ambitieus voel dat ik precies weet wat ik op papier ga zetten. Dat gevoel houdt aan tot ik ga zitten en bedenk hoe ik moet beginnen. Of tot ik een boek lees dat zo geniaal is, dat ik besef dat niets wat ik zal schrijven hier ook maar een beetje in de buurt van zal komen. Een van de boeken die mijn zelfvertrouwen dusdanig schaadt is Onsterfelijkheid van Milan Kundera. Wil je weten waarom? Lees dan door!

Voordat ik Onsterfelijkheid las, hield ik me niet heel erg bezig met mijn Zelf…

Probeer je voor te stellen hoe ik daar zit, druk bezig met het proberen te schrijven van een roman. Ik heb best veel ideeën die ik uit zou kunnen werken, heb zelfs een aantal mogelijke openingszinnen, maar ik weet niet wat het overkoepelende thema is. Het lukt me maar niet om precies de kern te vinden van mijn verhaal, en daarom ben ik nooit verder gekomen dan een mogelijke eerste alinea. Het begin van Onsterfelijkheid, daarentegen, vat het hele boek – nee, de hele wereld – samen in een paar zinnen.

Kundera’s roman begint met hoe de hoofdpersoon een oudere vrouw liefdevol gebaart naar haar jonge zwemleraar. En met dat gebaar begint het hele boek: het is een gebaar dat hij herkent, wat hem doet denken aan hoe er miljoenen mensen zijn, maar slechts een beperkt aantal gebaren; en daarom, denkt hij, zijn wij niet eigendom van die gebaren, maar is het juist andersom. Ook doet dat gebaar die jongen denken aan een vrouw die Agnes heet, maar hij kent niemand die zo heet.

Wat volgt in Onsterfelijkheid is het verzonnen verhaal van deze Agnes, haar zus, haar man, en wat er met ze gebeurt – maar we lezen ook over de kunstenaar Goethe en de vrouw die hem zo bewonderde dat ze meer hield van het idee dat ze van hem hield dan van de man zelf. Verder lezen we over een personage dat Kundera in een andere roman bedacht had, die dan contact heeft met de personages in deze roman; en we lezen hoe Kundera (of de verteller die beweert dat hij Kundera is) de personages ontmoet die hij zo zorgvuldig heeft gecreëerd in de loop van deze roman. 

Nu weet ik precies wie ik ben, en jij, mijn publiek ook…

Probeer je nog eens voor te stellen hoe ik daar zit, met mijn vingers zwevend boven het toetsenbord (of, als ik niet alleen creatief en ambitieus maar ook pretentieus wakker word, met een vulpen zwevend boven mijn notitieboek), te hopen dat de perfecte openingszin nu tot mij komt. Ik ga alle thema’s van Onsterfelijkheid nog een keer na: liefde, seks, leven, dood, kunst, verbeeldingskracht, filosofie, identiteit, onsterfelijkheid – zelfs het idee van de Roman zelf (Kundera heeft het over de vloek van de roman, die gaat over hoe alle romans gebonden zijn aan het feit dat ze een roman zijn, omdat ze altijd een start, midden en eind moeten hebben) – en plotseling realiseer ik me dat ik nooit iets kan schrijven wat net zo gelaagd en diepgaand is als dit. Ik besef dat het vuur van inspiratie dat aangewakkerd werd door Kundera’s roman nu mijn zelfvertrouwen helemaal heeft afgebrand. Mijn vingers beginnen te trillen, en ik houd op met schrijven.

Op dat moment probeer ik te bedenken waarom ik zo graag een roman zou willen schrijven, en waarom ik mezelf vertel dat ik dit zou kunnen. Een van de belangrijkste thema’s in Onsterfelijkheid is het idee van het Zelf, en ik ben tot de ontdekking gekomen dat ik niet per se een roman hoef te schrijven, maar dat ik wel voor altijd zo bekend wil staan. Stel je het eens voor: Elke, de grootse schrijver! Zou ik een ander persoon zijn als dat was hoe mensen mij zouden zijn? Volgende de verteller in Onsterfelijkheid gaven mensen niet echt om Goethes toneelstukken, maar wilden ze vooral zeggen dat zij mensen die naar de toneelstukken van Goethe gingen – of, nog beter, dat ze kunnen zeggen dat ze de schrijver ontmoet hebben. Ook zegt hij dat mensen uiteindelijk misschien de boeken van Hemingway niet meer zullen lezen, maar dat men hem altijd zal blijven waarderen om zijn vrouwonvriendelijke machogedrag (waarom mensen iemand met zo’n karakter zouden bewonderen, is mij een raadsel, overigens). Lezen we dan romans om te ontsnappen aan onze alledaagse levens, of omdat we meer willen weten over onze auteurs? Om die romans in leven te houden? Of om te zeggen dat we die boeken gelezen hebben?

Of toch niet…?

Probeer je een laatste keer voor te stellen dat ik een roman probeer te schrijven. Zie je echt voor je hoe ik dat zou doen? Of vervang je mij door jezelf, omdat jij stiekem dezelfde droom hebt als ik om een romanschrijver te worden? Of is dit beeld veranderd in een metafoor voor iedereen die hun dromen probeert waar te maken (maar hierin faalt)? Geloof je me zelfs wel als ik zeg dat ik een roman wil schrijven? Of heb ik dit alleen maar verzonnen zodat ik er een blogpost over kon schrijven? Welk idee zich ook heeft gevormd in je gedachten, haal het beeld van mij er maar uit. Ik sluit mijn computer af (of doe de dop op mijn vulpen), stop het idee dat ik ooit een echte schrijver zal worden diep weg, en zal me vanaf nu storten op het lezen van boeken als Onsterfelijkheid. En elke ochtend dat ik wakker word, zelfs als ik me positief en creatief voel, zal ik mezelf eraan herinneren dat ik niet een schrijver zal worden, maar een lezer.

Maar dat ben ik toch al?

Wat vond jij van Onsterfelijkheid? Heb je ooit iets anders van Milan Kundera gelezen? Houd je van filosofische romans? Waarom, denk je, willen we iets zijn? Is er zoiets als het Zelf? Kunnen we iemand zijn zonder dat iemand anders ons vertelt wie we zijn? Denk je dat Shakespeare gelijk had, toen hij meer dan vierhonderd jaar geleden schreef dat alleen kunst eeuwig is? En is het je gelukt om te bedenken waar deze blogpost in vredesnaam over ging? Laat het me alsjeblieft weten in de comments! En vergeet me niet te volgen voor meer boekennieuws!

Leave a comment

Trending