Voor het eerst sinds ik mijn blog ben begonnen, heb ik een maand lang niets geschreven. Het was niet alsof ik veel te veel literaire dingen te doen had. Het is niet alsof ik niets gelezen heb. Ik had alleen totaal geen inspiratie om iets te schrijven, en als ik dat wel probeerde, voelde het allemaal slecht. Misschien is het wel een writer’s block. Misschien heb ik wel last van een winterdip. Misschien moet ik gewoon iets schrijven – wat dan ook – om alles weer een beetje op de rit te krijgen. Dus, daar gaan we dan. Hier zijn de boeken die ik de laatste tijd gelezen heb, en dit zijn de vage ideeën die ik erover had.

Ten eerste: The Every van Dave Eggers. Dit is het vervolg op het populaire boek The Circle, en net als zijn voorganger is het een satire op onze maatschappij, in het bijzonder op Silicon Valley, social media, en de manier waarop die bedrijven onze privacy schenden en onze keuzevrijheid van ons af proberen te nemen. Ik was van plan om te schrijven over hoe het nieuws de gebeurtenissen van dit boek lijken te imiteren. Ik wilde het hebben over de huidige President van Amerika en over zijn ‘tech bro’ vrienden, en hoe hun greep op onze levens steeds sterker wordt, en hoe onze identiteit, ons uiterlijk, en zelfs onze gedachten beïnvloed worden door deze bedrijven. Echter, steeds wanneer ik iets geschreven had en ik het de volgende dag teruglas, voelde het al achterhaald omdat er zo vreselijk veel in de wereld gebeurt dat ik het niet bij kan houden. Urgh.

Daarna volgde Katabasis van R.F. Kuang. Ok, deze dan. Ik moest dit lezen voor mijn tweemaandelijkse boekenclub, en ik moet toegeven dat ik er eigenlijk al weinig zin in had. Ik heb haar ambitieuze roman Babel gelezen, en daar was ik niet laaiend enthousiast over. Haar nieuwste boek was echter nog veel erger. Het gaat over een PhD-student die daar professor van de dood wil redden door hem op te halen in de hel, en haar gehate collega gaat met haar mee. Het staat bomvol met obscure literaire referenties, en met een vreselijk overduidelijk en irritante verhaallijn over hoe vijanden verliefd op elkaar worden. Aangezien ik de gespreksleider van mijn boekenclub ben (herinner me eraan dat ik hier ooit over moet schrijven; we serveren er namelijk ook cocktails bij), moest ik erg mijn best doen om mijn vragen niet te subjectief te maken. Helaas is me dat maar matig gelukt. Gelukkig waren de meesten het wel met me eens, hoewel een iemand ook zei dat ze het juist leuk was om gewoon een keer lekker een boek te lezen in plaats van het literair te analyseren. We hadden het over plot holes, Kuangs irritante schrijfstijl, haar werkelijk onverdraaglijke neiging om te laten zien hoe slim ze is, en, tenslotte, hoe onze persoonlijke hel er dan uit zou zien. Dat laatste was overigens best interessant. In ieder geval, toen ik erover begon te schrijven, voelde het meer als een persoonlijke aanval op dit boek in plaats van een verslag over de boekenclub. Het voelde kinderachtig en stom. Net als Katabasis, dus. Urgh.

Toen kwam De gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevksi. Het kostte me bijna een maand om dit boek uit te krijgen, en ik moest mezelf echt dwingen om de eindstreep te halen. Deze baksteen over drie broers en hun vermoorde vader (vrouwen spelen trouwens amper een rol in dit boek, behalve dat ze voor vervelende afleiding zorgen) behandelt grote thema’s als religie, filosofie, psychologie, liefde, obsessie en Rusland. Ik had nog nooit eerder iets van Dostojevski gelezen, maar ik ben blij dat ik dat nu wel gedaan heb. Blijkbaar is hij enorm invloedrijk geweest voor allemaal twintigste-eeuwse schrijvers, en dat is waar ik over na ging denken toen ik met mijn blog bezig was. Ik had wat ideeën over hoe hij de Westerse literatuur beïnvloed en zelfs veranderd heeft, en ik probeerde hem voor mezelf te vergelijken met het ontmoeten van een nieuw persoon. Deze zou eerst misschien wat raadselachtig en vreemd lijken, en uitdagend en complex, maar uiteindelijk zou dit persoon je de wereld op een andere manier laten zien, en dankzij hen – zonder dat je precies doorhebt hoe, of waarom – besef je dat je nooit meer dezelfde persoon zal zijn. Het begon in mijn hoofd als een interessant idee, maar later dacht ik dat het helemaal geen originele metafoor is. Daarom ben ik maar opgehouden met schrijven, omdat ik me zou schamen als iemand dit zou lezen. Urgh.

Momenteel ben ik bezig met Paul Austers 4321. Vraag me niet waarom ik nu weer bezig ben met een boek van meer dan achthonderd pagina’s, vlak na De gebroeders Karamavov, want eigenlijk heb ik geen idee waarom ik mezelf hier nu weer toe dwing (misschien komt het wel doordat de geest van Dostojevski in mijn oor fluistert hoe alle mensen (hij zou waarschijnlijk alle mannen zeggen) stiekem hun hele leven zichzelf martelen). Ik vind het wel een mooi boek, trouwens. Het gaat over de parallelle levens van Archie Ferguson, en in elk hoofdstuk zijn er dingen die hem overkomen, waardoor zijn hele biografie anders loopt. Vorig jaar gaf ik een lezing over Austers laatste roman, Baumgartner, en heb ik me hierop voorbereid door zo veel mogelijk van zijn boeken te lezen. Ik kwam erachter dat er veel terugkerende thema’s zijn in Austers werk, en dat is zeker ook waar in 4321. En voor de eerste keer in weken realiseerde ik me dat ik zin heb om een nieuwe blogpost te schrijven. Het zal gaan over dit boek, maar ik ga vergelijkingen trekken met zijn andere boeken en met zijn eigen leven. Het gaat leuk worden, en interessant, en diepgaand, en ik kan niet wachten om erover te schrijven.
Kijk toch eens, ik ben er weer! Nu alleen nog even dit boek uitlezen, en dan ben ik weer helemaal klaar om te gaan. Nog maar zeshonderd pagina’s te gaan. Toch nog urgh.
Heb jij ooit een writer’s blok gehad? Wanneer wilde jij echt iets doen, maar kreeg je het maar niet voor elkaar? Hoe versla jij je innerlijke demomen? Welke van deze niet-afgekregen blogposts zou jij het liefste willen lezen? Laat het me alsjeblieft weteni n de comments! En vergeet me natuurlijk niet te volgen voor meer boekenposts!





Leave a comment