“Op eentje na worden alle kinderen groot.” Het blijft een van mijn favoriete openingszinnen, deze van J.M. Barries Peter Pan (hier vertaald door Esther Ottens). Een gedeelte van mij kwam altijd er altijd van in opstand; er zou een ander iemand zijn, ik namelijk, die nooit volwassen zou worden. Ik zou me altijd kunnen herinneren hoe het was om kind te zijn, en ik zou nooit toegeven aan al die heerlijke verleidingen van het ouder worden. Een ander gedeelte van mij, echter, wist dat ik niet eens meer een kind was toen ik dit boek voor het eerst las (ik was achttien). Maar soms doe ik graag alsof, en dit keer probeerde ik het bij Holly Jacksons A Good Girl’s Guide to Murder trilogie. Wil je weten of me dat lukte? Lees dan door!
Ik wilde graag fan zijn van Good Girl, Bad Blood en As Good as Dead, deel twee en drie van Holly Jacksons trilogie. Ik wilde echt Pip zien als een ware heldin, omdat ze slim, creatief en vastberaden is. Ik probeerde mee te gaan met de vele gebeurtenissen en de vele moordenaars in een heel klein dorpje. Ik zei zelfs tegen mezelf dat Ravi, Pips vriendje, lief en loyaal was, en niet dat hij totaal geen persoonlijkheid had. Maar ik kon mezelf niet overtuigen.

Terwijl ik deze boeken las – toegegeven, ik las ze in een ruk uit omdat ik nieuwsgierig was naar de afloop – vroeg ik mezelf geregeld af wat ik ervan gevonden zou hebben als ik ze als tiener gelezen had. Op die leeftijd denk je namelijk niet zo na over de keuzes die een schrijver maakt, maak je je geen zorgen over plotholes en onrealistische verhaallijnen, en vraag je je zeker niet af waarom personages bepaalde dingen doen. Nu ik oud ben, doe ik dat wel, en ik merkte dat er twee dingen waren waaraan ik mij ergerde.
Ten eerste is Pip slimmer dan alle volwassenen die ze kent; het is een veelvoorkomend idee in literatuur voor jongvolwassenen. Veel boeken in dit genre gaan over een sterke tiener die meer weet, meer doet, en vooral een superieur mens is. Pip past perfect in dit genre; zij is de enige die een moordzaak weet op te lossen waar vele agenten zich al jaren het hoofd over breken, en niemand anders ziet de verbinding tussen verschillende misdagen. En natuurlijk gelooft niemand haar, dus moet zij het wel oplossen en ervoor zorgen dat er geen slechte dingen meer gebeuren.
Over slechte dingen gesproken, hier is het tweede ding dat voor mij niet klopt – en hieruit blijkt dat ik allang niet meer het juiste publiek ben voor Jacksons romans. In deze trilogie wordt steeds verteld wat goed en slecht is. Pip is goed, de moordenaars zijn slecht. Toch? Oh, en er woont ook nog een slechte verkrachter in haar dorp, en wanneer hij vrijgesproken wordt is Pip zo boos dat ze wraak op hem besluit te nemen (en hoe goed komt het uit dat er opeens nog een seriemoordenaar opduikt?). Blijkbaar voelt Pip zich niet alleen beter dan volwassenen, maar ze besluit ook dat het hele rechtssysteem niet op haar van toepassing is.

En hier ging het dan helemaal mis voor mij. Halverwege deel drie wordt Pip opeens gekidnapt door een moordenaar, weet ze te ontsnappen (duh), en moet ze beslissen of ze de politie belt of hem gaat vermoorden. Ze kiest voor de tweede optie, belt haar vriendje die niet eens lijkt te schrikken van het feit dat zijn wederhelft tot moord in staat is, slaagt erin om onschuldig te lijken, en zorgt er zelfs voor dat die verkrachter schuldig bevonden wordt. Wat een verhaal! Vroeger zou ik hiervan gesmuld hebben.
Het is nu een paar weken geleden sinds ik deze boeken uit heb, en ik merk dat ik er nog vaak over nadenk. Ik verbaas me vooral over het feit dat er nul consequenties zijn voor Pip; ze is zo slim dat niemand vermoedt dat zij iemand vermoord heeft. En dan heeft ze er ook nog eens totaal geen last van – want zij is namelijk een goed meisje. Een goed meisje dat mensen vermoordt? Echt?
Ik denk dat ik het ietsjes te groot maak. Het is maar een boek, toch? Misschien ben ik wel jaloers op Pip en haar machtige brein, en haar leven zonder gevolgen. Misschien wenste ik wel dat ik dingen kon doen zonder dat ik er verantwoordelijkheid voor af hoef te leggen. Misschien wilde ik wel een vriendje dat mij nooit in twijfel zou trekken en mij letterlijk zou helpen met een lijk te begraven. Maar nee, dat klinkt eigenlijk best saai, en ook een beetje eng. Ik denk dat ik het vooral erg vind dat Holly Jackson een slecht voorbeeld geeft voor jongvolwassenen; hoewel ze veel feiten en populaire referenties noemt om het realistisch te doen lijken, is het een volledig ongeloofwaardig boek. Pips wereld is een fantasie, precies zoals Neverland in Peter Pan.

Ah. Ik vroeg me al af waarom ik Peter Pan noemde in de introductie van deze post. Blijkbaar gaat Jacksons boek voor mij over opgroeien, of over het feit dat je je ertegen verzet. En welk boek gaat er nu meer over dit thema dan Peter Pan? Peter Pan herinnert zich niets, leert daardoor niets, en zal daardoor altijd een kind blijven. Voor Pip geldt hetzelfde, omdat zij vast blijft zitten in haar eigen gedachtes en nooit iets van een ander aan wil nemen. Hierdoor zal ze nooit weten wat goed en slecht is, en zal dus altijd een tienermeisje blijven.
Ik, en met mij elk mens ter wereld, heb het wel moeten leren. Alles wat je doet heeft gevolgen, en we zullen hier altijd iets van leren.
“Op twee na worden alle kinderen groot.” Maar die tweede ben ik duidelijk niet.
Wat vind jij van Holly Jackson’s A Good Girl’s Guide to Murder trilogie? Houd je van detectiveboeken? Vind jij het realistisch dat jonge meiden misdaden kunnen oplossen en ervaren politieagenten niet? Lees je ooit Young Adult literatuur? Vidn je dat ik het allemaal veel te groot maak? Laat het me alsjeblieft weten in de comments! En vergeet me niet te volgen voor meer boekennieuws!





Leave a comment