Wist je dat draken de gedachten kunnen lezen van de mensen met wie ze verbonden zijn? Tenminste, dat kunnen ze in Rebecca Yarros’ roman Fourth Wing, dat ik las omdat mijn leerlingen daarom smeekten. Ik wil nu ook een draak, want dan zou ik tenminste het boek met ze kunnen bespreken, en dan mijn echte mening erover alleen met mijn draak delen. Wil je weten hoe dat gesprek dan zou gaan? Lees dan door!

Mijn leerlingen: “Heb je Fourth Wing gelezen?”
Ik: “Wat is dat?”
Zij: “Het is ons allerfavorietste boek. Het gaat over Violet Sorrengail, een jonge vrouw die, ondanks dat ze getraind is als scribent, nu opeens een drakenrijder moet worden. Ze is niet sterk maar wel heel slim, en ze is vastberaden om te blijven leven en zich met een draak te verbinden – en ook met Xaden, trouwens, een jonge man die zo knap is dat ze bijna vergeet dat hij haar probeert te vermoorden. Ze verbindt zich niet met een maar met twee draken, en beiden kunnen haar gedachten lezen. Als ze dat doen, dan is het cursief geschreven om onderscheid te maken tussen echte gesprekken en de gesprekken die zich in haar hoofd afspelen.”
Ik: “Oh, dat klinkt best cool. Ik ga het misschien wel eens leze .”

Draak: Hoi! Kijk, jij hebt je ook verbonden met een draak. Dat is vooral nu heel handig, want zo hoef je niet je echte gedachten over het boek met je leerlingen te delen, maar met mij.
Ik: Geweldig! Dank je dat je met mij verbonden bent! Ik ben namelijk niet echt van plan om dat boek te lezen. Ik denk ook niet echt dat dat als een goed genre klinkt.
Draak: Dat kan wel hoor, maar deze? Nee.

Zij: “Ben je al begonnen met lezen?”
Ik: “Nee, nog niet. Maar dat ga ik wel!”

Draak: Je bent een leugenaar.
Ik: Nee hoor!
Draak: Natuurlijk ga je het niet lezen. Je vrienden vonden het ook vreselijk.
Ik: Je hebt gelijk. Maar ik durf dat niet te zeggen tegen mijn leerlingen.
Ik: Je hebt gelijk. Maar ik durf dat niet te zeggen tegen mijn leerlingen.

Ik: Je hebt gelijk. Maar ik durf dat niet te zeggen tegen mijn leerlingen.

Zij: “Ben je al begonnen met lezen?”
Ik: “Nee, nog steeds niet. Maar ik begin binnenkort. Dat beloof ik!”

Draak: Vuile leugenaar.
Ik: Misschien moet ik er toch maar aan geloven. Ik probeer altijd te lezen wat mijn leerlingen leuk vinden, want dan laat ik zien dat ik in ze geïnteresseerd ben. Dat betekent niet dat ik ernaar uitkijk, overigens.
Draak: Je bent zwak. Waarom heb ik me ook alweer met jou verbonden?

Ik: “Ik ben erin begonnen!”
Zij, stralend en met enthousiaste, hoge stemmen: “Oh wauw, echt? Wat vind je? Hoever ben je? Is Violet al over de parapet gegaan? Vertel ons alles!”
Ik: “Ik ben bijna op pagina honderd. Ik kom erop terug!”Draak: Wanneer houd je nou op met liegen? Je hebt al veel meer gelezen dan dat.
Ik: Weet ik! Ik probeerde alleen mijn mening wat uit te stellen. Ik vond dat er veel te veel dingen tegelijkertijd gebeurden, dat het verhaal veel te voorspelbaar was (want natuurlijk, ondanks dat haar lichaam haar tegenzit, blijkt Violet de beste kadet in jaren te zijn), en ik vond de schrijfstijl (veel alinea’s van een woord, onzinnige metaforen en vermoeiende herhalingen) werkelijk waardeloos. Maar dat ging ik mijn leerlingen niet vertellen. Oh, en die stomme drakengesprekken zijn helemaal vreselijk.

Ik: Weet ik! Ik probeerde alleen mijn mening wat uit te stellen. Ik vond dat er veel te veel dingen tegelijkertijd gebeurden, dat het verhaal veel te voorspelbaar was (want natuurlijk, ondanks dat haar lichaam haar tegenzit, blijkt Violet de beste kadet in jaren te zijn), en ik vond de schrijfstijl (veel alinea’s van een woord, onzinnige metaforen en vermoeiende herhalingen) werkelijk waardeloos. Maar dat ging ik mijn leerlingen niet vertellen. Oh, en die stomme drakengesprekken zijn helemaal vreselijk.
Draak: Hoezo?
Ik: Oh, iedereen praat op precies dezelfde manier. De draken zijn net zo hip en zogenaamd-cool als alle anderen en gebruiken dezelfde woorden, ook al is een van hen een eeuw oud en geen hitsige tiener.
Draak: Wacht. Bedoel je te zeggen dat wij draken niet heel realistisch verbeeld zijn?
Ik: Voor mij niet, nee.
Draak: Kijk uit, jij. Ik plet je met mijn voet.
Ik: Nee. Laten we in plaats daarvan teruggaan naar het gesprek met mijn leerlingen.

Zij: “En? En? EN?”
Ik: “Nou, ik heb behoorlijk veel gelezen. Ik kon amper ophouden omdat ik wilde weten wat er nu weer zou gebeuren.”

Ik: Voor je iets zegt, draak, dit is echt waar. Ik vond het niet een heel goed boek, maar ik was wel benieuwd of het boek af zou lopen zoals ik dacht.
Draak: Ja hoor. Een gedeelte van jou vond het best leuk. Dat voelde ik.
Ik: Echt niet.

Zij: “Het is geweldig, hè?”
Ik: “Ik vond het echt leuk, maar ik vond de schrijfstijl wel vervelend.”
Een van hen: “Oh, daar lette ik niet zo op.”
Ik: “Het is een beetje simpel soms.”
Iemand anders: “Nou ja, het is ook een Young Adult boek he?”
Ik: “Ja, natuurlijk, en daarom vond ik het ook niet heel erg. Ik focuste me gewoon op het verhaal.”

Draak: Je bent weer aan het liegen. Geef maar toe.
Ik: Natuurlijk heb je gelijk. Ik bleef me maar groen en geel ergeren aan die schrijfstijl, zeker tijdens die compleet irrelevante verwijzingen naar seks en de eindeloze beschrijvingen van Xadens perfecte gezicht.
Draak: Wedden dat ze nu iets vragen over hun relatie!
Ik: Oh nee, alsjeblieft niet.

Ik: Kijk eens wat er op de eerste pagina stond! Eindelijk een leuke draak.
Draak: Weet je zeker dat je dat wilt denken?

Ik: Oh nee, alsjeblieft niet.

Zij: “En wat vond je van Violet en Xaden?”

Draak: Ha! Ze begonnen erover, wat zielig voor jou en heerlijk voor mij.
Ik: Urgh. Dank je wel hoor.  Ik zal maar gewoon eerlijk zijn.

Ik: Urgh. Dank je wel hoor.  Ik zal maar gewoon eerlijk zijn.

Ik: “Ah, die twee. Nou ja, eh, ik vond het wel heel duidelijk beschreven hoe ze eruit zagen. Het is duidelijk dat ze superknap zijn. Dat staat er namelijk zo’n tweehonderd keer.”
Zij: “Ja, het is bijna irritant he?”
Ik: “Ja, best wel, soms.”

Draak: Ik geloof amper dat ze het met je eens waren. Wat een geluk heb jij!
Ik: Ja, poeh. Ik kon echt niet tegen nog een beschrijving van Xadens fantastische uiterlijk, van hoe zijn spieren bewegen onder zijn strakke harnas, van zijn strakke kaaklijn en de manier waarop zijn littekens, gewoon, haar dingen laten voelen die ze, oh god, helemaal niet zou willen voelen omdat hij haar vijand is en haar dood wil maar wanneer hij naar haar glimlacht – ze kan dan niet meer uitbrengen dan “holy fuck” of iets dergelijks, de hele tijd, weet je wel.
Draak: Ja, vreselijk. Nou ja, in ieder geval vroegen ze niet naar meer details…

Zij: “Hebben ze de meubels al gebroken?”
Ik: “Wacht, wat?”
Zij: “Ah. We praten morgen wel weer met je.”

Ik: Oh nee. Nee, echt niet. Hoe overleef ik dit dan weer?
Draak: Wil je dat ik je leerlingen tot as reduceer met mijn superhete adem?
Ik: Nee, dat is niet hoe we problemen oplossen. Laten we gewoon doorlezen.

Ik: “… Ze hebben de meubels gebroken.”
Zij: “Ha, je hebt het gelezen! Wat vond je?”
Ik: “Nou. Eh. Ja. Ik denk niet dat ik echt behoefte had aan zulke uitgebreide seksscènes.”
Zij: “Het is drie pagina’s, Elke, drie pagina’s!”
Ik: “Ja, ik weet het!”

Draak: Ik kan niet geloven dat je het echt allemaal gelezen hebt. Je gedachten gingen ook echt alle kanten op
Ik: Ja, echt zo. Drie pagina’s vol met zulke geweldige, ongelooflijke, fantastisch geweldige seks dat Violet, die er net achter is gekomen dat ze de macht heeft over bliksem, elke keer dat ze klaarkomt, en dat doet ze vaak, want, duh, holy fuck, enzo, hele donderwolken laat verschijnen. En ze willen elkaar zo graag dat hun meubilair het moet ontgelden.
Draak: Ze zijn bijna net als draken. Wij maken ook graag dingen stuk.
Ik: Ik weet niet of ik dat wel wilde weten.

Een van hen: “Het zit in hoofdstukken vijfentwintig en dertig.”
Ik: “Waarom zou je dat in vredesnaam onthouden?”
De anderen: “Haha, jij vond het vast geweldig!”
Diezelfde ene: “Nee. Mijn zusje leest het ook en ze wilde die seksscènes niet lezen.”
Ik: “Goed zo. Ik had ze ook niet per se hoeven lezen.”
Zij: “Nee, het was wel een beetje overdreven.”

Draak: Een beetje overdreven? Wat een understatement!
Ik: Nogal. Gelukkig betekent het begin van de seksscènes ook het begin van het einde van het boek. Ik ging snel verder lezen en ergerde me aan het belachelijke laatste deel, dat zo ingewikkeld was dat ik het nog steeds niet helemaal begrijp.
Draak: Ja. Ik voelde dat je je helemaal kapot ergerde. Waarom kun jij nu niet gewoon je gedachten afsluiten, net als iedereen?

Ik: “Ik heb hem uit!”
Zij: “Jaa, wat goed! En, wat vond je van de plottwist?”
Ik: “Ik zag het wel een beetje aankomen, als ik eerlijk ben.”
Zij: “Niet waar! Maar toch, het was geweldig, hè?”
Ik: “Het laat sowieso zien dat er een deel twee komt.”

Draak: Nee, Elke, nee. Je gaat niet nog zo’n boek lezen. Ik ben honderd jaar oud en dit is geschreven voor jonge mensen. Ik kan er niet meer tegen.
Ik: Waarom zei ik dat nou? Dat kan maar een ding betekenen. Ze gaan nu waarschijnlijk diezelfde vraag stellen die ervoor zorgde dat ik deel een begon te lezen – en ja hoor, daar gaan ze:

Zij: “Ben je al begonnen?”

Draak: En zo gaat het maar door. Wat vond jij van Fourth Wing? Houd jij van New Adult Romantasy? Of heb je liever realistische boeken, met minder draken en seks?
Ik: Ik moet nog wat kwijt. Ik vond het stiekem best leuk om Fourth Wing te lezen. Volgens mij noemen ze dat een hate read. Ik weet nu veel beter wat mijn leerlingen leuk vinden, en ik vond onze gesprekken echt heel leuk – ook al was ik niet helemaal eerlijk tegen ze. Mijn gedachten zijn soms een beetje gemeen, maar misschien was dat gewoon die draak met wie ik verbonden ben.
Draak: Betrek mij hier nu niet in.
Ik: Ik zal altijd leerlingen die lezen toejuichen, en ik juich de liefde voor dit boek ook toe. Ik heb net deel twee besteld in de bibliotheek, dus hopelijk kan ik deel twee snel lezen. Ik ben benieuwd wat voor gesprekken er dan uit zullen komen.
Draak: En volg haar. Als je dat niet doet, zal ik je vermoorden.

Leave a Reply

Trending